Hoe het landschap rond Erm ontstond

Inleiding

Het landschap rond Erm, zoals we het nu kennen, bestaat nog niet zo lang. Het is ontstaan tijdens de voorlaatste ijstijd: de Saale-ijstijd, die duurde van ongeveer 300.000 tot 130.000 jaar geleden.

In deze periode lag er een honderden meters dikke ijslaag over Drenthe. Dit landijs heeft het bestaande landschap vrijwel volledig veranderd.

Een land onder ijs

Tijdens de ijstijd werd het gebied bedekt door een enorme gletsjer.

Bomen, planten, dieren, bergen en heuvels die er eerder waren, verdwenen onder het ijs. Door de enorme druk werd alles platgedrukt. Het ijs werkte als een bulldozer en duwde grond, stenen en andere materialen voor zich uit.

Hiermee werd de basis gelegd voor het huidige landschap.

Ondergaande zon achter de bomen langs De Zwollings

Stuwwallen als grens van het ijs

Op sommige plaatsen werd de bodem opgestuwd door het voortschuivende ijs. Zo ontstonden stuwwallen.

Voorbeelden hiervan zijn:

  • de Havelterberg

  • de Bisschopsberg bij Havelte

Deze heuvels markeren de grens tot waar de gletsjer zich in eerste instantie uitstrekte over Drenthe.

Toen het later nog kouder werd, groeide het ijs verder. De gletsjer schoof toen zelfs over deze stuwwallen heen en bereikte uiteindelijk een lijn van ongeveer Haarlem tot Nijmegen.

Zie afbeelding A

Afbeelding A

Nieuwe ijsstromen

In een derde fase van de ijstijd ontstonden nieuwe ijsstromen. Deze kwamen vanuit het noordwesten en bewogen:

  • over het huidige IJsselmeer

  • richting Noordoost-Groningen en Drenthe

Deze ijsstromen drongen het gebied binnen waar al ijs lag en veranderden het landschap opnieuw..

Zie afbeelding B

Afbeelding B - Afb. Theo Spek, Het Drentse Esdorpenlandschap, dl.1, 182

Smeltwater en beekdalen

Op sommige plekken kwam het ijs in contact met zoutkoepels in de ondergrond. Hierdoor ontstond smeltwater onder de dikke ijslaag.

Dit water zocht zich een weg onder het ijs en sleet diepe geulen uit in de bodem. Deze geulen werden later de beekdalen die we nu nog kennen, zoals:

  • de Hunze

  • de Vecht

  • en in de omgeving van Erm:

    • de Zwollings

    • de Sleenerstroom

    • het Holslootdiep

Het ontstaan van de Hondsrug

De oevers van deze beekdalen vormden samen een hoger gelegen gebied: de Hondsrug, die uit meerdere ruggen bestaat.

  • De centrale Hondsrug (lichtbruin op de kaart)

  • De Rolde- of Sleenerrug (donkergroen)

Bij Assen ontstonden kleinere ruggen en bij Emmen splitste de Hondsrug zich in zuidelijke richting in twee delen.

Geomorfologische kaart van Erm

Erm in het landschap

De Grote Es van Erm vormt het uiteinde van de Sleenerrug. Op een geologische kaart is deze rug vaak paars weergegeven.

Erm ligt op een bijzondere plek:

  • aan het einde van deze rug

  • omringd door beekdalen

In het oosten ligt het dal van de Sleenerstroom, dat via het Delftse Diep overgaat in het Holslootdiep.
Aan de westkant ligt het dal van de Zwollings, zichtbaar nabij het gebied van het huidige Ermerzand.

Op hoogtekaarten (zoals Drenthe 0–500) zijn deze waterlopen duidelijk terug te zien

Het begin van Erm

Op de uitloper van de Hondsrug ontstond uiteindelijk de plek waar Erm zich zou ontwikkelen.

Het gebied lag gunstig:

  • hoger dan de omgeving

  • omringd door water

  • geschikt voor bewoning

Toen het landijs van de Saale-ijstijd zich langzaam terugtrok, kwam het landschap vrij te liggen. Vanaf dat moment kon de geschiedenis van Erm beginnen.