Molen te Erm – Van rosmolen tot hightechbedrijf
In zeventiende-eeuwse archieven wordt al melding gemaakt van een rosmolen in Erm, aangedreven door twee paarden. De belasting over de molen en het woonhuis bedroeg 265 Carolusgulden.
In de tellingen van 1806 en 1821 wordt Erm genoemd met een windmolen, een korenmolen met twee paar maalstenen. Over het bouwjaar van de laatste molen op deze plek, waar nu de huidige stomp staat, bestaat geen zekerheid: zowel 1883 als 1887 wordt genoemd, maar het was in ieder geval na het afbranden van de voorganger. Destijds was Willem Pouw molenaar van Erm.
In 1895 vond opnieuw brand plaats, waarna een oude oliemolen uit Groningen werd herbouwd op de plek. Jan Schaange Wilting kocht de molen en zijn zoon Rudolf werd molenaar.
In 1919 kwam de molen in eigendom van de Coöperatieve Landbouwvereniging Erm. In 1922 werd Hendrik Wiegers de nieuwe molenaar en liet hij de woning naast de molen bouwen, tevens schaftlokaal voor twee arbeiders.
Vanaf 1925 was de molen een elektrische maalderij, zodat men niet meer afhankelijk was van wind. In 1927 werden de wieken verwijderd. Tijdens de oorlog kwam er een dieselmotor in de gemetselde kelder en werd de warmte gebruikt om graan in de silo te drogen.
In 1945 werd Arie Wiertsema molenaar. De bovenbouw was na de oorlog zo slecht dat deze in 1947 werd gesloopt; het hout werd deels gebruikt bij de verbouwing van de woning naast de molen. In 1948 werd een oude legerauto als vrachtauto aangeschaft en in 1957 verrees een veertig meter hoge stalen graansilo.
In 1973 werd de Coöperatieve Landbouwvereniging Erm opgeheven en overgenomen door de Landbouwcoöperatie Z-O Drenthe. Tien jaar later, in 1983, ging de molen over in particuliere handen en werd de stalen silo gesloopt. De nieuwe eigenaar startte het hightechbedrijf EPM (gasanalyseapparatuur) in de molen en loodsen. Rond 2010 werd het bedrijf overgenomen en verhuisde naar Amerika. Thans is er geen activiteit meer in de panden.