Tramemplacement De Brink - De tijd dat Erm op stoom kwam

De Eerste Drentsche Stoomtram Maatschappij werd in 1898 opgericht. De eerste tramlijn liep van Hoogeveen via Erm naar Nieuw-Amsterdam en werd op 5 augustus 1903 feestelijk geopend. De verbinding bleek een schot in de roos: Zuidoost-Drenthe kwam eindelijk uit zijn isolement. Inwoners konden nu in Hoogeveen overstappen op de trein naar Zwolle of Assen – een grote stap vooruit in mobiliteit en bereikbaarheid.

Op 10 december 1910 was het opnieuw feest in Erm: de aftakking naar Emmen en Ter Apel werd geopend. Reizigers moesten in Erm wel overstappen, maar het netwerk breidde zich gestaag uit. Toch was het goederenvervoer in die tijd belangrijker dan personenvervoer – de tram bracht handel en bedrijvigheid naar de streek.

In de jaren dertig veranderde het vervoerlandschap snel. De komst van de autobus betekende stevige concurrentie voor de tram. In 1935 kon men nog voor 50 cent een retourtje Hoogeveen–Emmen kopen, inclusief toegang tot het dierenpark, maar het tij keerde. In 1940 werd besloten het trambedrijf geleidelijk op te heffen.

Tijdens de Tweede Wereldoorlog kreeg de tram onverwacht een tweede leven. Door brandstoftekorten en de vordering van het autopark door de bezetter, werd de tram opnieuw ingezet voor goederen- en personenvervoer. Toch kwam het einde in zicht. De Wehrmacht haalde tussen Erm en Achterste Erm zelfs de rails weg om ze te gebruiken aan het oostfront. Na de oorlog was de verbinding verbroken.

Om het vervoer toch op gang te houden, nam Jan Hidding uit Erm het initiatief: hij vervoerde passagiers met paard en wagen.

Op 31 maart 1947 reed de laatste tram door Erm. De bussen en vrachtwagens namen het stokje over – en zo kwam er een einde aan 44 jaar stoomtramgeschiedenis in het dorp.